Netwerkbegrippen


Adressen

Woord Betekenis
TCP/IP Het laat 2 computers die op hetzelfde netwerk staan om data naar elkaar te sturen.
UDP Practisch hetzelfde als TCP maar zonder de error controle, waardoor het indirect sneller word dan TCP. Maar ook onveiliger.
IPv4 Computers die verbinding maken het internet hebben allemaal een uniek adres, een ip-adres. Vaak uit allemaal nummers ontstaan.
IPv6 Bestaat uit meer nummers en getallen dan een IPv4 computer. IPv4 computers kunnen niet met computers communiceren die alleen IPv6 hebben.
subnetmask Splitst het IP adres in twee stukken om de host (computer) en het netwerk zelf te identificeren.
Gateway de knooppunt van alle communicaties en verbinding punt tussen twee netwerken.
IP-adres Het adres die gebonden staat aan jou wifi netwerk.
MAC adres een uniek identificatie nummer om je device makkelijker te volgen.

IPs

Woord Betekenis
Firewall een systeem dat mogelijke kwetsingen van buiten kan blokkeren van het netwerk.
DHCP Onderhoudt een pool van IP adressen voor alle clienten die het gebruiken.
DNS Zet domeinnamen om naar IPs, het systeem dat je dus naar andere servers brengt om websites te vinden.
DDNS De clienten verbinden met de router door een speciaal geregisteerd domein naam.
Poort Opening/ingang voor een snoer in je computer.

Outside verbindingen

Woord Betekenis
Hub Een device met 1 ingangspoort en meerdere uitgangspoorten, dus kan je bijvoorbeeld je computer aan meerdere andere devices tegelijk verbinden.
Switch Een machine dat dingen zoals bijvoorbeeld een netwerk verbinding tussen meerdere devices delen.
Router Zorgt voor de wifi verbinding.
Bridge Verbind meerdere kleine subnetwerken samen om 1 groot netwerk.

Commandos

Woord Betekenis
IPconfig Heeft informatie over alle netwerken op je computer.
Ping De snelheid van je computers internet te testen.
TRACERT Maakt een gesorteerde lijst van alle signalen die er tussen liggen.
NSlookup kan je de naam van een server opzoeken.
Nestat Hiermee kan je verbindingen van netwerken overkijken, ook handig voor troubleshooting.

OSI-modelen/lagen

Woord Betekenis
Applicatielaag Deze laag is verantwoordelijk voor de fysieke verbinding tussen apparaten en voor de transmissie van bits over het netwerk.
Presentatielaag Deze laag is verantwoordelijk voor het betrouwbaar overdragen van gegevens tussen twee direct verbonden apparaten op hetzelfde netwerk.
Sessielaag Deze laag is verantwoordelijk voor de routering van gegevens over verschillende netwerken.
Transportlaag Deze laag zorgt voor een betrouwbare gegevensoverdracht tussen twee apparaten, meestal over verschillende netwerken heen.
Netwerklaag Deze laag beheert de communicatie tussen twee systemen en houdt de "sessie" open tussen de zender en ontvanger.
Datalinklaag Deze laag zorgt ervoor dat de gegevens in een formaat worden gepresenteerd dat door de ontvanger begrepen kan worden.
Fysiekelaag Dit is de laag die het dichtst bij de gebruiker staat en zorgt voor de interactie met de netwerktoepassingen.